Home » Zelf maken

zelf woordkaartjes maken

 

18 kaartjes op 1 A4:

...PDF - 14.9 KB - 1132 downloads

FLASHCARDS BLANCO 18 Stuks
Word – 15,8 KB 226 downloads

20 kaartjes op 1 A4:

FLASHCARDS BLANCO Smaller 20 Stuks
PDF – 41,2 KB 458 downloads
FLASHCARDS BLANCO Smaller 20 Stuks
Word – 16,7 KB 96 downloads

Hoe maak je de kaartjes?

  • download de 'Flashcards blanco'; goed voor 18 woordjes plus de vertaling of die met 20 stuks.
  • open in Word; de lay-out is klaar: de vreemde taal is iets groter dan het Nederlands
  • 'de vreemde taal 1' en alle 8 of 9 woorden eronder horen bij 'het Nederlands 1'.
  • 'vreemde taal 2' en alle 8 of 9 woorden eronder horen bij 'Nederlands 2'
  • vervang de tekst of 2 stippen (eventueel in blok zetten door dubbel te klikken) in de nieuw te leren woorden. Zet op de juiste plek de vertaling.
  • met de functie 'zoek en vervang' kan je snel 'nr.' laten vervangen door het hoofdstuk en nummer van het woordenblok. Je ziet dan snel bij welk hoofdstuk het kaartje hoort.
  • controleer de woordjes goed; je wil ze niet fout aanleren!
  • Dubbelzijdig printen. Bij het printen geeft de printer aan dat de marges te klein zijn. Dit gaat over de lijntjes en kan genegeerd worden. Kan je printer niet automatisch dubbelzijdig printen, dan eerst de 1e pagina printen en dan op de achterkant de 2e pagina.
  • op de lijntjes knippen, zodat je 18 of 20 kaartjes hebt.
  • leren maar!

 

Met woordkaartjes leren. Hoe werkt dit het beste?

  1. Leg ze op een stapel met allemaal dezelfde taal bovenop, waar vanuit je ze moet/wil leren.
  2. Pak het eerste kaartje:
    - Ken je het woord meteen, ook de schrijfwijze? Zie het in gedachten voor je. Controleer jezelf en leg dan dat kaartje aan de rechterkant tot een net stapeltje.
    - Ken je het woord niet of twijfel je lang? Leg het dan na de controle op het linker stapeltje. Leg eventueel een rood en/of groen elastiekje/paperclip/blaadje bij het stapeltje. Zo vergis je je niet in het stapeltje.
  3. Alle kaartjes gehad? Dan de 'rode' stapel herhalen. Desnoods nog eens en nog eens. Het stapeltje wordt steeds kleiner.
  4. De volgende dag begin je met de rode stapel. Af en toe ook die andere stapel weer doornemen om je geheugen te testen.

 

Extra tips:

  • Heb je veel moeite met sommige woorden? Schrijf die woorden dan op, met aandacht!
  • Met het elastiekje of paperclip kan je het stapeltje makkelijk meenemen en overal rustig oefenen!
  • Met twee elastiekjes of paperclips (rood/groen en/of standaard) kan je de rode stapel apart houden, zodat je meteen ziet welke je weer extra moet oefenen.
  • Eventueel een extra stapeltje voor de woorden die je bijna goed hebt.
  • Meteen beginnen met de woorden te leren, zodat je voor je proefwerk de meeste of allemaal al kent!

Elke dag even oefenen. Dus meteen eraan beginnen, zodra je weet dat er nieuwe woorden geleerd moeten worden. Succes!